Af en toe stuit ik op een boek dat zo ongelofelijk
goed is dat ik het aan iedereen zou willen laten lezen. Helaas is dit niet in
het Nederlands vertaald.
'Of
Water and the Spirit' is geschreven door Malidoma Patrice Somé (1956 - ),
een Afrikaan van het Dagara volk uit Burkina Faso, en beschrijft zijn jeugd en
inwijding in de esoterische kennis van zijn cultuur.
Malidoma, wiens naam 'hij die twee werelden bij elkaar
brengt' betekent, wordt tot zijn vierde jaar voornamelijk opgevoed door zijn
grootvader, de belangrijkste medicijnman van de grote familie. Al voor zijn
geboorte ligt zijn levensbestemming vast
in dit in reïncarnatie gelovende volk: hij zal jong naar de wereld van de
blanken gaan.
Als zijn grootvader overlijdt is Malidoma nog een
kleuter. Een Jezuïet maakt gebruik van de afwezigheid van de ouders om het kind
te ontvoeren.
15 jaar lang zal hij ze niet meer terugzien.
Malidoma's leven op kostschool en op het seminarie is een
hel van seksueel misbruik, totale indoctrinatie met Westerse 'waarden' en zware
geestelijke en lichamelijke mishandeling; een cultuurschok van de ergste
soort. De eigen taal spreken wordt
bestraft met zweepslagen, en de hele wereldgeschiedenis komt aan bod, behalve
die van Afrika.
Malidoma zegt ergens dat het geen wonder is dat
veel Afrikaanse leiders onwijze en gewelddadige heersers zijn: ze hebben bijna
allemaal een 'voorbeeldige' opvoeding bij de missie gehad.
Als hij 20 is gooit Malidoma bij een handgemeen een
priester door het raam van het klaslokaal. Hij vlucht, in grote verwarring,
geplaagd door zijn geweten, in conflict met God en hangend tussen twee culturen
waarvan hij zich de Afrikaanse nauwelijks herinnert. Hij weet lopend de weg
naar zijn dorp terug te vinden.
In het dorp wacht hem een gemengd welkom. Zijn eigen taal is hij vergeten; hij spreekt
alleen nog Frans, dat door zijn stamgenoten niet wordt begrepen. Zijn blanke
opleiding heeft in de familie geen enkele waarde, en de waarden en kennis van
zijn stam heeft hij niet meegekregen. Hij is als een baby, maar wel een die de
dreiging van de gehate blanke priesters belichaamt. De stamoudsten zijn
verdeeld: sommigen zien in de terugkeer van de jongen een gunstig teken,
anderen willen hem weg hebben.
Malidoma, totaal ontredderd en ontworteld, leert met
moeite opnieuw de taal, en tracht zich aan te passen.
Inwijding van de jongens gebeurt als ze dertien zijn.
Malidoma is twintig, maar wil de inwijding alsnog ondergaan.
Samen met veertig anderen zondert hij zich zes weken
af in de wildernis voor een serie rituelen en belevenissen die hem onvoorbereid
in andere dimensies en astrale werelden laat terechtkomen, waar hij
natuurgeesten, voorouders, sprekende dieren, onbeschrijfelijke wezens en
shape-shifters ontmoet. Niets is wat het lijkt. Veel van zijn ervaringen doen
denken aan die van spiritistische séances en materialisaties, maar ook aan de
beschrijvingen van 'Bardo' in het Tibetaanse dodenboek. De grens tussen dood en
leven vervaagt, en hij krijgt nieuwe ogen en een nieuwe kijk op een flexibele
werkelijkheid.
Iedere jongen beleeft zijn eigen avonturen, er is geen
garantie en de dorpsoudsten kunnen hen nauwelijks voorbereiden op wat ze te
wachten staat.
De inwijding is niet ongevaarlijk: vier jongens keren
niet meer terug naar hun dorp, één blijft voor altijd achter in een andere
dimensie.
Tegen ieders verwachting overleeft Malidoma de
beproevingen. Hij is nu werkelijk een volwaardig lid van de stam.

Maar zijn geluk is van korte duur. De stamoudsten
besluiten dat hij opnieuw naar de blanke wereld moet, omdat niemand beter dan
hij is toegerust om begrip voor de zwarte cultuur te kweken.
Het boek eindigt met die beslissing. Malidoma kan zijn
lotsbestemming niet ontlopen.
Intussen heeft Somé graden van de Sorbonne en een
andere universiteit. Hij schreef nog twee andere boeken over o.a. het belang
van rituelen in onze Westerse samenleving, en hij zet zich in voor het behoud
van de oorspronkelijke Afrikaans culturele rijkdom, in woord en geschrift.
Wat mij heeft geraakt in dit boek is de misdadige
arrogantie van machtbeluste missionarissen die in de 60er jaren nog kinderen
ontvoerden (nu ook nog?) zodat ze tijdbommen werden bij terugkeer in de familie; vertegenwoordigers van een 'christendom' dat
erop uit is om de cultuur van een vreedzaam en goed georganiseerd volk met
succes te ondermijnen, in naam van een witte God.
Maar het meest intrigerende aspect is de 'inwijding'
van de lezer in de rijkdom van deze cultuur die over kennis van de natuur en
van andere werelden beschikt die alle wetten van de natuurkunde op de kop
zetten, maar die voor de Dagara een dagelijkse manier van leven is, even
natuurlijk als ademhalen. Je kunt je afvragen wie de 'wilden' zijn, en wat
'ontwikkeling' is.
Malidoma's beschrijvingen van zowel de zwarte als de
witte wereld zijn een avontuur om te lezen.
Een boek dat onder je huid gaat zitten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten