donderdag 6 juni 2013

OUT OF AFRICA



Af en toe stuit ik op een boek dat zo ongelofelijk goed is dat ik het aan iedereen zou willen laten lezen. Helaas is dit niet in het Nederlands vertaald.

'Of Water and the Spirit' is geschreven door Malidoma Patrice Somé (1956 - ), een Afrikaan van het Dagara volk uit Burkina Faso, en beschrijft zijn jeugd en inwijding in de esoterische kennis van zijn cultuur.
Malidoma, wiens naam 'hij die twee werelden bij elkaar brengt' betekent, wordt tot zijn vierde jaar voornamelijk opgevoed door zijn grootvader, de belangrijkste medicijnman van de grote familie. Al voor zijn geboorte ligt  zijn levensbestemming vast in dit in reïncarnatie gelovende volk: hij zal jong naar de wereld van de blanken gaan.
Als zijn grootvader overlijdt is Malidoma nog een kleuter. Een Jezuïet maakt gebruik van de afwezigheid van de ouders om het kind te ontvoeren.
15 jaar lang zal hij ze niet meer terugzien.

Malidoma's leven op kostschool en op het seminarie is een hel van seksueel misbruik, totale indoctrinatie met Westerse 'waarden' en zware geestelijke en lichamelijke mishandeling; een cultuurschok van de ergste soort.  De eigen taal spreken wordt bestraft met zweepslagen, en de hele wereldgeschiedenis komt aan bod, behalve die van Afrika.
Malidoma zegt ergens dat het geen wonder is dat veel Afrikaanse leiders onwijze en gewelddadige heersers zijn: ze hebben bijna allemaal een 'voorbeeldige' opvoeding bij de missie gehad.
Als hij 20 is gooit Malidoma bij een handgemeen een priester door het raam van het klaslokaal. Hij vlucht, in grote verwarring, geplaagd door zijn geweten, in conflict met God en hangend tussen twee culturen waarvan hij zich de Afrikaanse nauwelijks herinnert. Hij weet lopend de weg naar zijn dorp terug te vinden.

In het dorp wacht hem een gemengd welkom.  Zijn eigen taal is hij vergeten; hij spreekt alleen nog Frans, dat door zijn stamgenoten niet wordt begrepen. Zijn blanke opleiding heeft in de familie geen enkele waarde, en de waarden en kennis van zijn stam heeft hij niet meegekregen. Hij is als een baby, maar wel een die de dreiging van de gehate blanke priesters belichaamt. De stamoudsten zijn verdeeld: sommigen zien in de terugkeer van de jongen een gunstig teken, anderen willen hem weg hebben.
Malidoma, totaal ontredderd en ontworteld, leert met moeite opnieuw de taal, en tracht zich aan te passen.
Inwijding van de jongens gebeurt als ze dertien zijn. Malidoma is twintig, maar wil de inwijding alsnog ondergaan.
Samen met veertig anderen zondert hij zich zes weken af in de wildernis voor een serie rituelen en belevenissen die hem onvoorbereid in andere dimensies en astrale werelden laat terechtkomen, waar hij natuurgeesten, voorouders, sprekende dieren, onbeschrijfelijke wezens en shape-shifters ontmoet. Niets is wat het lijkt. Veel van zijn ervaringen doen denken aan die van spiritistische séances en materialisaties, maar ook aan de beschrijvingen van 'Bardo' in het Tibetaanse dodenboek. De grens tussen dood en leven vervaagt, en hij krijgt nieuwe ogen en een nieuwe kijk op een flexibele werkelijkheid.   
Iedere jongen beleeft zijn eigen avonturen, er is geen garantie en de dorpsoudsten kunnen hen nauwelijks voorbereiden op wat ze te wachten staat.
De inwijding is niet ongevaarlijk: vier jongens keren niet meer terug naar hun dorp, één blijft voor altijd achter in een andere dimensie.
Tegen ieders verwachting overleeft Malidoma de beproevingen. Hij is nu werkelijk een volwaardig lid van de stam.
Maar zijn geluk is van korte duur. De stamoudsten besluiten dat hij opnieuw naar de blanke wereld moet, omdat niemand beter dan hij is toegerust om begrip voor de zwarte cultuur te kweken.
Het boek eindigt met die beslissing. Malidoma kan zijn lotsbestemming niet ontlopen.
Intussen heeft Somé graden van de Sorbonne en een andere universiteit. Hij schreef nog twee andere boeken over o.a. het belang van rituelen in onze Westerse samenleving, en hij zet zich in voor het behoud van de oorspronkelijke Afrikaans culturele rijkdom, in woord en geschrift.

Wat mij heeft geraakt in dit boek is de misdadige arrogantie van machtbeluste missionarissen die in de 60er jaren nog kinderen ontvoerden (nu ook nog?) zodat ze tijdbommen werden bij terugkeer in de familie;  vertegenwoordigers van een 'christendom' dat erop uit is om de cultuur van een vreedzaam en goed georganiseerd volk met succes te ondermijnen, in naam van een witte God.
Maar het meest intrigerende aspect is de 'inwijding' van de lezer in de rijkdom van deze cultuur die over kennis van de natuur en van andere werelden beschikt die alle wetten van de natuurkunde op de kop zetten, maar die voor de Dagara een dagelijkse manier van leven is, even natuurlijk als ademhalen. Je kunt je afvragen wie de 'wilden' zijn, en wat 'ontwikkeling' is.
Malidoma's beschrijvingen van zowel de zwarte als de witte wereld zijn een avontuur om te lezen.
Een boek dat onder je huid gaat zitten.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten