dinsdag 5 september 2017

BIZARRE BOEKEN



Als boekengek valt mijn oog nog wel eens op bizarre titels.

Ik heb zelf een paar boeken wier titel het predicaat 'bizar' verdienen, zoals een boekje uit 1811 van James Perchard Tupper:  'Essay on the Probability of Sensation in Vegetables - Additional Observations on Instinct, Sensation, Irritability, etc.

Of een boekje A Satyrical Lecture on Hearts to which is added: noses (1767) , en om bij de lichaamsdelen te blijven: A Chapter on Ears, anoniem maar mogelijk van Sir Arthur Conan Doyle, uit het Strand Magazine van 1893 heruitgegeven boekje.

Of de boeken die de platte aarde bepleiten, zoals 'Is de aarde rond? ' van Klaas Dijkstra uit 1954.

Het zonnestelsel is een onuitputtelijke bron van 'Lering ende Vermaeck', van vroege SF tot serieuze beschouwingen over bewoningen van planeten en zelfs de zon.

Zo heb ik hier 'The Man in the Moone' van Francis Godwin uit 1638, 'A New System on fire and planetary life' uit 1776, van Robert Harrington, Eros Urides''The Planet Mars and Its Inhabitants' uit 1922, of 'Edison's Conquest of Mars' uit 1898, van Garrett Serviss.

 Een hele leuke is ook 'Some Observations on the Inconvenience of the Ten Commendments', uit 1795, van George Hanmer Leycester.

Of 'The Truth about the Leprechaun',  'Among the Mermaids' , en 'The Coming of the Elves' veel mensen warm zal maken weet ik niet, maar wat de een bizar vindt, vindt de ander wellicht gewoon. Mijn hele boekenbezit zal allicht voor veel mensen 'weird' zijn, en de titels van alles wat over het leven hierna gaat liegen er ook al niet om: 'Letters from the Afterlife', 'Faces of the Living Dead' ,' 30 Years among the dead', 'The Ghost that Haunted itself' , de 'Beginnersgids voor pasgestorvenen' , 'Wat te doen als je dood bent' en ontelbare andere boeken over 'geestelijke' onderwerpen roepen de rillingen op in de meeste mensen die ik ken. Want neem nou 'The Encyclopaedia of Preserved People' , of 'Death Warmed Over' , of 'Six Feet Under' , of 'Funerals to Die For' , of 'Rest in Pieces', of 'Lebendig Begraben' of...

Gelukkig staan ze veilig in de kast en hebben weinigen de motivatie ze eruit te halen. Dat laat ik zo.

Mijn boeken over monsters zijn legio: "Real Wolfmen', the Lycanthropy Reader' , The Big Bad Book of Beasts' , 'The Dragon and the Disc', 'The Inhumanoids' naast 'The Humanoids' , 'Myths of the Dog-man', 'In the Wake of the Sea Serpent' etc, etc. 

Really weird is 'The Magic of Shapeshifting', 'Invisibility', en 'Lighter than Air' (over levitatie).

Of , netjes op dezelfde plank: Bizarre Britain, 'Occult Britain', 'This Haunted Isle' , 'Modern Mysteries of Britain', . 'Enchanted Britain' , 'Strange Britain' ....Overigens, mijn boeken met 'strange' of 'weird' in de titel vullen verschillende planken.  Ik hou erover op, en u mag zelf uitmaken of de titels of allicht de inhoud , de auteurs of misschien de bezitter van zulke boeken het meest vreemd is.

In 1923 verscheen een boek van Edward Thurston met de aanspekende titel 'Do the Dead Ever Talk?' Die vraag werd bevestigend beantwoord door  John Bentley in 1944 met 'The Dead Do Talk'.
Maar 2 jaar later, in 1946, werd die titel onderuitgehaald door Julien Proskauer, met 'The Dead Do Not Talk' .
Waarschijnlijk hadden die schrijvers niets met elkaar te maken, maar toch.

Geloof is een eeuwig dankbaar onderwerp.
Zo verscheen er in 1900 een boek van Rev. Myers: 'Would Christ Belong to a Labor Union?'

In 1967 schreef E. Metcalff 'Magic of Telephone Evangelism' en in 1998 was het Lori Pecham die zich verdiepte in 'Jesus in my shoes' .In 1932 vroeg William Sangster zich af 'Why Jesus Never Wrote a Book' en in 1890 prangde de vraag 'Hell: Where Is It'  een man die W. Stewart Ross heette.
Je kunt je afvragen wat 'Electricity and Christianity' met elkaar te maken hebben, maar een boek van die titel verscheen in 1938, geschreven door Crump Strickland.

'Why Jesus was a Man and Not a Woman' is een dilemma waar Sydney Calhoun Tapp in 1914 een antwoord op dacht gevonden te hebben, terwijl G.W.Foote in 1891 doende was met de vraag 'Was Jesus Insane?'. In 1993 schreef Enda Wyley een boek met de omineuze titel 'Eating the Baby Jesus', en Bernita Brown hield het in 2002 op 'Jesus In My Golf Cart.'

In 1973 kwam een begripvol boek uit van Robert Branch: "So your Wife Came Home Speaking in Tongues! So Did Mine!. Het boek bleek nog te krijgen en ik bestelde het gelijk. Je kunt nooit weten waar het goed voor is.

Lori David ging in 1978 over tot 'Cooking with God' en tenslotte deed Rev John W. Doherty in 1966 ' Is God Amoeboid? ' het licht zien. Ik vraag me af of dat boek zijn carrière heeft bevorderd of in de weg heeft gezeten.



 

 

DE ZIEL VAN BOEKEN


Nu het begrip boek zo onderhand moet worden opgezocht in een woordenboek - pardon, op internet - kan ik niet laten de lof te zingen van een uitstervend wezen: de boekenlezer. De ouderen onder ons kennen hem nog, de zonderling die liever een papieren boek in zijn handen heeft dan een e-Reader, of, godbetert, de smartphone waarop men in onherkenbaar Nederlands zijn vrienden be-twittert.
Nog dichter bij de afgrond van de extinctie staat die menselijke bezienswaardigheid: de boekenliefhebber die zich omringt met liefst oude boeken, eerste drukken als het kan, banden die geschiedenis ademen, wijsheid en wetenschap van voorbije generaties gedrukt op goed papier, soms nog niet eens opengesneden. Boeken, lang gezocht, met moeite of bij toeval verkregen, gekoesterd en gelezen. Boeken waarvan de inhoud en uiterlijk de trotse bezitter in vervoering brengt.

De blijdschap om het verkrijgen van zo'n boek is niet uit te leggen aan de twittergeneratie. Niet de snelle boodschap telt, maar het met liefde en aandacht savoureren van taal en verhaal, om het boek uiteindelijk, gelezen, in de kast te zetten naast zijn verwanten, volgens een systeem, met zorg, met liefde. Want de boekenliefhebber van deze snit leent niet uit een publieke bibliotheek. Die wil bezitten, om op elk gewenst moment terug te kunnen keren tot zijn vriend; het boek.

 Ik ken zo'n uniek exemplaar, zo'n gedreven boekminnaar. Nee, hij is nog geen 80, mocht u dat soms denken. Hij is een stuk jonger dan ik, maar hij heeft het virus ongeneeslijk te pakken.

Zijn hoge Haagse huis is van vloer tot plafond bekleed met kasten, met daarin een exquisiete verzameling banden uit de 19de en begin 20ste eeuw. 'Fluisterkasten' noemt hij ze, want de boeken hebben niet alleen hem maar ook elkaar de mooiste dingen te vertellen, 's nachts, als niemand het kan horen.

Boeken leven, en nemen hun vorige bezitters met zich mee.

Dat weet mijn vriend. Door een boek ter hand te nemen erkent hij hun geschiedenis: hij aait liefdevol over het ex libris of een opdracht van de schrijver: deze komt uit de bibliotheek van ... in deze staat de handtekening van...dit boek vond ik heel toevallig...hiervan had ik het gevoel dat ik het die dag zou vinden...

Zo heeft ieder boek zijn verhaal, en mijn vriend kent ze allemaal. Als geen ander weet hij dat oude boeken geen dode dingen zijn maar schatbewaarders van gedachten en cultuur, begonnen bij hun auteur, voortgezet in opeenvolgende eigenaars die hun inhoud hebben gesavoureerd en hebben geïntegreerd in hun levensfilosofie.

 De aanleiding voor deze bespiegeling is een artikeltje in het tijdschrift 'Paranthropology' (gratis van internet te downloaden), getiteld 'Book Hauntings'.

Schrijver Mark Valentine noemt drie 'intuïtieve' ervaringen van de ware liefhebber van het antiquarische boek.

Weten - of liever: voelen dat het boek dat je zoekt er is.

Een onverklaarbare bedrevenheid in het vinden van boeken.  

Getrokken worden naar een boek dat belangrijk blijkt te zijn.

 Valentine haalt verschillende voorbeelden aan uit de literatuur, waarin schrijvers zelf vertellen hoe ze 'dat ene boek' vonden, omdat ze 'wisten' dat er in een bepaald obscuur antiquariaat dat ene boek op ze lag te wachten.

Alsof het boek ze riep.

Dat was zeker het geval bij die verzamelaar van lang geleden die in een onordelijke boekenstal, zonder titels te lezen, onfeilbaar het juiste, zeldzame boek tevoorschijn wist te trekken. Een ander die dat probeerde vond niets waardevollers dan een boek waarvan er duizenden te koop waren.

Sommige liefhebbers 'voelen' het zeldzame boek nog voor ze het gezien hebben. Ooit kwam ik iemand tegen die met zijn handen langs de kasten van de Slegte ging, 'voelend' welk boek bij hem moest zijn.

Een ander vindt een onopvallend boekje dat hij in een opwelling aanschaft, en dat precies die informatie blijkt te bevatten waarnaar hij al jaren op zoek was.

 Het lijkt niet alleen de boekenliefhebber te zijn die actie onderneemt; ook de boeken zelf hebben de wens gevonden te worden, als de Ene Ring in Tolkiens fantasie; boeken laten zich vinden.

Legio zijn de getuigenissen van mensen die in een boekhandel 'per ongeluk' een boekje van een stapel stoten dat exact het boek blijkt te zijn wat ze nodig hebben. Het valt hen letterlijk voor de voeten.

Anderen zitten dagen, weken in een bibliotheek te studeren. Dan valt een boek open, precies op het goede moment op de goede bladzijde, bij dat stukje essentiële informatie. Kenners van het fenomeen noemen het de 'bibliotheek engel' . Onderzoekers vertrouwen erop.

Boekenliefhebbers kunnen er verhalen over vertellen. "Ik wacht gewoon af", zegt mijn vriend, "ooit komt dat boek wel naar me toe. Dan vind ik het ergens, voor de juiste prijs. Ik heb geduld. Ooit zal het gebeuren."

 De schrijver besluit zijn artikel met een eigen ervaring:

"In een vochtige vervallen schuur naast een rommelwinkel heb ik mijn hand voelen gaan naar een verbleekt zwart boekje waarvan ik de titel niet kon lezen en dat een bijna onvindbaar boek bleek te zijn over mysteries in Wales. Instinct? De ervaring van jaren rijen boeken afzoeken? Misschien. Maar ik kan alleen maar zeggen hoe het op dat moment voelde. Het voelde als een plotseling 'weten' "

BOEKEN VOOR STATUS


Lang geleden kende ik broeder Jan, een oude monnik, die in zijn levensonderhoud voorzag door opdrachten aan te nemen voor het restaureren van oude boeken. Dat deed hij met veel liefde en veel vakkennis, oude bijbels en bijna uit elkaar vallende religieuze geschriften. Ik bezocht hem vaak in zijn werkplaats en genoot dan van de geuren van leer en bindmiddelen, en hij legde me uit hoe je nieuw leer oud kon laten lijken door er een door hem zelf ontworpen mengsel op te smeren, waarvan de ingrediënten o.a. bestonden uit roestige spijkers en inkt.
Op een dag toen ik bij hem was kwam er een dure mevrouw voorrijden in een dure auto met chauffeur.
Uitgeladen werden vele dozen met waardeloze pocketboeken. Of broeder Jan die maar allemaal in leer wilde binden. Honderden, de chauffeur bleef maar aanvoeren. De vloer van de kleine werkplaats stond spoedig vol met een soort boeken, detectives van Maigret en Havank, prismaboekjes en Zwarte Beertjes (voor wie dat nog wat zegt), waarvan de waarde nihil was, maar die, gebonden in leer heel wat zouden gaan kosten.
"Waarom wilt u die ingebonden hebben", waagde ik de dure dame te vragen. "Omdat ik antieke boekenkasten heb", legde de dame uit, "en daar horen passende boeken in ".
De boeken had ze op een veiling gekocht, waar ze per doos voor een habbekrats waren aangeboden.
Broeder Jan kon aan het werk. Hij deed er twee jaar over, en geen van de boeken heeft hem enig plezier gebracht.
Voor een man met een diepe liefde voor oude boeken en hun behoud was deze arbeid een gotspe, maar het betaalde goed, en dat was ook niet onbelangrijk voor een monnik zonder vast inkomen.
 In 'Milledulcia' uit 1857 lees ik: 
"Veel lezers hebben gehoord van het kopen en verkopen van boeken per gewicht - en in feite is het de vraag of het aantal boeken dat op die manier verkocht wordt niet veel groter is dan het aantal boeken dat per stuk over de toonbank gaat -  maar weinigen hebben waarschijnlijk gehoord van boeken die 'per meter' verkocht worden.
Nadat ik in St. Petersburg een bibliotheek had opgekocht die door een hooggeplaatste edelman was nagelaten, was ik erg verbaasd een kopie te vinden van de 'Oeuvres de Frederick II', dat oorspronkelijk in 15 delen was gepubliceerd, hier te vinden in 60 delen, waarbij ieder deel voorzien was van een nieuw titelblad, en ook enige honderden delen waarop aan de buitenkant stond de 'Oeuvres de Miss Burney',  de 'Oeuvres de Swift'  , etc, waarin alle mogelijke goedkope Franse romannetjes schuilgingen. Dat alles, naast drie edities van de 'Oeuvres de Voltaire', was gebonden in kalfsleer, met rood Marokkaans leer versierd op de rug en met goud opdruk.
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, en ik informeerde naar de oorsprong van deze bibliotheek.  Gedurende de regering van Catharine, vernam ik, was het zo dat iedere hoveling die hoopte met een bezoek van de keizerin vereerd te worden, verwacht werd een grotere of kleinere bibliotheek te bezitten, en dat, nadat Voltaire de gunsten van de Keizerin had verworven, het noodzakelijk was om enige boeken van genoemd filosoof te bezitten.
Iedere hoveling was daarom verplicht een kamer uit te rusten met mahonie boekenplanken die hij met boeken vulde in aantallen die zijn vermogen om ze allemaal te lezen ver overtroffen, en die hij zelf meestal niet opende.
Een boekverkoper die Klosterman heette was vanwege zijn atletisch postuur een favoriet van de keizerin, een van de zeer velen (zij had alle mannen lief behalve haar eigen echtgenoot).
Deze Mr. Klosterman werd gewoonlijk gevraagd niet om selecte boeken te leveren, maar voor het vullen van lege planken met meters boeken, waardoor deze man in goeden doen stierf. Hij had duizenden boeken verkocht, waaronder honderden van Voltaire, voor 50 of 100 roebels per meter, afhankelijk van hoe ze gebonden waren."
 Het kopen van boeken per meter gebeurt nog steeds. Een kennis met een ruim wandmeubel gevuld met een flinke hoeveelheid gebonden literatuur wekte mijn nieuwsgierigheid, omdat hij op mij niet overkwam als een geletterd man. "Die heb ik per meter gekocht", bekende hij olijk. "Je denkt toch niet dat ik die allemaal gelezen heb?
Ze waren in de aanbieding, en ik dacht, ach, dat staat wel mooi, want hoe krijg ik anders die planken gevuld?
Staat goed, ja toch? Niet dan?"  Dat kon ik niet anders dan beamen.