zondag 9 juni 2013

EEN ZEVENTIENDE EEUWSE DOKTER SPOCK


Vandaag kocht ik op een boekenmarkt een herdruk uit 1966 van een juweel van een boekje uit 1684, van Stephaan Blankaart, Med. Doctor en Practizijn te Amsterdam.

Wie kinderen kreeg in de vorige eeuw en al doende in de ene hand de luierspeld en in de andere het dikke boek van Dr. Spock vasthield zal begrijpen waarom ik bij het lezen van dit boekje steeds aan de goede nu in onbruik geraakte Amerikaan moet denken.
Misschien dat 17de eeuwse ouders de handleiding van Doctor Stephaan Blankaart (1650-1702) even onmisbaar vonden.

Maar hun problemen waren niet dezelfde. Hoewel kinderen in elke eeuw krampjes hebben en tandjes krijgen, zijn we goddank verlost van kinderziekten waar geen kruid tegen gewassen was, de kinkhoest, de meningitis, de wormen, de infecties, de verstoppingen en de diarree, de rachitis, de scoliose en de luxaties waar geen middelen ter correctie voor waren en al die andere kwalen waaraan kinderen jong kwamen te overlijden of levenslang last van hielden.

Voeding is tegenwoordig ook niet altijd wat het zou moeten zijn, maar in die tijd had men geen idee van de bouwstoffen die een opgroeiend kind nodig heeft om gezond te blijven en te groeien. Noch had men benul van genetische afwijkingen, virussen en bacillen. Hygiëne was in de kinderrijke gezinnen vaak een onhaalbaar goed, en baby's lagen vaak veel te lang in hun 'pis en kak' , waardoor huiduitslag en ontstoken wonden veel voorkwamen. Geen pamperdroge billetjes in de 17de eeuw!
Doctor Blankaart stond voor een onmogelijke taak. Hij hield van kinderen, dat blijkt uit de tederheid waarmee hij spreekt van 'Kindjens' en 'Kindertjes'.  Maar wat kon hij doen? 

Een vrij willekeurige greep, want het is allemaal mooi, uit het hoofdstuk 'Van de Buik-pijn der Kinderen', zuigelingen in dit geval.

"Een derde oorsaak is, dat de Moeders of andere diese suigen, veel koude hebben geleden, waar op de Kinderen komen te suigen, en dat versuurde sog indrinken. Ook konnen de borsten gansch ontstelt zyn, met sweringen. knobbels, &c. Waar door het kind geen goed Sog krijgt.
Men moet met dese Buik-pyne niet lange fammelen, maar terstond goede Middelen in't werk stellen, want het is hier geen gekscheren, dewijl daar verscheidene toevallen uit konnen ontstaan, als trekkingen oft stuipen, want de zenuwen in de darmen geprikkelt zynde, konnen oorsaak zyn tot een wanorder in het gansche zenuwgestel.

Koors kan daar mede by komen, en is daar veeltyds by, want dit menigvuldige suur maakt het bloed dik, waar door oorsaken geboren werden, om broeyingen en hitte in het bloed te verwekken. Dese pyn is oorsaak mede dat de Kinderen grootelyks vermageren en bij gevolg van Krachten verswakken, want daar pyn is, is wan-order, en daar wan-order is, daar kan de voedinge niet regulier gaan. Ten anderen is het voedsel geduirig suur en bedorven, So dat het onbequaam is, om het lichaam te voeden en krachten aan te brengen.

Terwijl onderwylen de Kinderen in groote pyne en ellende liggen, wil men die geduirig met zuigen stillen, zo zullen de moeders oft Soogster een weinig Anys-brandewyn drinken, en des avonds soete melk eten met saffraan daar in: Of se konnen iets lepelwys door den dag gebruiken... (dan volgt een latijns recept van anijswijn) Hier van kan men om het uir twee of drie een lepel vol van gebruiken. Waar door de goorigheid van het Sog in de borsten ganschelyk over gaan zal, en het Kind zuigende zal daar bate by vinden." 

Gelukkig was Spock korter van stof.
Maar ook Spock wist: bij pyn moet men niet lang fammelen.
Wat een woorden zijn er uit onze taal verdwenen! 

Ziet u uw kind met zoiets lopen? ▼

Dit was de remedie tegen scheelzien, uit het Hoofdstuk 'Op wat wyse men de Scheele Oogen der Kinderen kan verbeteren en te rechte brengen.' 

De goede dokter wist precies waardoor scheel zien veroorzaakt werd: verschil in de lengte van de spiertjes die de oogbol bedienen.
Nadat hij dat omstandig heeft uitgelegd zegt hij: 

"De Oorsaak mein ik dat zelfs in het eitjen, daar de vrucht uit voortgekomen is, was. Ook kan de zelve geschieden door dien de Moeders ymand geduirig aansien die scheel zien, vvelke geduirig denkende, de Vezeltjes van het oog des Kinds zoodanig getrokken vverden datze mede komen scheel te zien: Van deze stoffe heb ik mijn Institutie genoeg af geschreven vvaar na ik de Lief-hebbers zende.

Andere zijn van Gevoelen dat de Kinderen zelfs daar de schuld toe hebben, vvanneerse in de Wieg leggen, en ter zyden uit het overdekte kleed zien, dat de oogen dan verrekt vverden: Of dat als de Voedster scheel ziet, de Kinderen dat zoeken na te doen en dan scheel te vverden: Maar ik heb noit konnen merken, dat als een Kind niet scheel geboren is, daar na scheel zoude vverden."

Dan volgt de raad om een masker te maken, en van welk materiaal dat dan het beste is, en hoe groot ze moeten zijn, het gezicht bedekkende of  'oog-kykers sonder Mom-aansigt'. 
(Wat de taal betreft: hoewel de dokter meestal een gewone w hanteert is in dit stukje de w als vv geschreven. Spelling lag in die dagen nog niet vast. Grappig is dat dat in het Engels bewaard is gebleven in de naam van de letter w: double U. En dat komt dan weer uit het Latijn, waar geen onderscheid is tussen de u en de v.)

Aan wormen wordt veel aandacht besteed in het prachtige hoofdstuk 'Van de Wormen die somwijls Rijf-koeken genoemd werden.
Wormen waren blijkbaar onvermijdelijk. De dokter begint zijn hoofdstuk aldus: 

"Wormen te hebben is een van de gemeenste (= gewone)  Kinder-ziekten, voornamelijk als de Kinderen vaste kost beginnen te eten, dan so zijnse daar meest mee geplaagt: De Wormen die in de Kinderen meest vallen zijn ronde Wormen; En een tweede soort is'er die niet in alle darmen groeyen, maar meest in de Endel-darm: Dog de kinderen werden daar juist niet alleen mede aangetast, maar zelfs oude Personen.
Het gebeurt niet selden dat dese Wormen gelyk als met gehele klonten in een sitten, en in de darmen blyven hangen, spannende de selve uit, en gevende somtijds een hardigheid, welke den buik doen opspannen. Het welke van de Quaksalvers en het gemeene Volk een Rijf-koek genoemt werd, doch om wat Oorsaak weet ik selfs niet." 

Dan volgt een lang en tamelijk onsmakelijk verhaal over de bewegingen van de darmen, de verrotingen, de sappen en de slijmen, en de stanken.
Spock heeft hier beslist anders over gedacht: dokter Blankaart wijt het ontstaan van wormen niet aan het binnenkrijgen van eitjes maar aan darmbewegingen. Hij besluit zijn onbegrijpelijke uitleg met:

"Dit is dan de Wijse, door vvelke wij bevatten konnen, dat'r een Worm kan gemaakt vverden. De verscheidenheid nu van de rottingen als ook der stoffe, beweginge, plaats en diergelyke geven gelegentheid tot het groeien van verscheide soort van Wormen.
D'Úiterlijke Oorsaken zijn het eten van harde spijs, die de Kinderen niet konnen verduwen, gelijk gesegt is; Item het eten van suiker en alle slijmige spijs, waarmede de Kindertjes tot vvalgens toe menigmaals opgepropt vverden, in't kort het is een slijmige en ligt verrottende stof, gelijk alsmede alle ooft-vrugten, die veel suur bij haar hebben, en ligt tot verrottinge komen." 

De dokter schijnt overmatig gepreoccupeerd met sappen, want de zuren, gylen en slijmen komen in al zijn uitleggingen voor. In het geval van wormen, zegt de dokter dat men "moet zien naar de pis die de Kinderen wateren, en se zullen gewaar werden, dat de Pis wit sal zijn als een gekernde Melk, dat niet anders is dan een vergoorden Gyl."

En hij vervolgt:
"Ook zyn dese Kindertjes wel met schrikkingen des Nachts onder het slapen bevangen, dat nergens anders van daan komt, als van dat overvloedige suur, waar mede de gyl en bloed opgevult is, soo datter by gevolg geen goed senuw-vogt kan geboren werden, het welke dan andere vreemde deeltjes by sich hebbende, onordentelyk door de zenuwen moet doorstralen, waar de trekkingen, verbaastheden, schrikkelyke Droomen en diergelyke komen t'ontstaan." 
Begrypt u het nog? Ik allang niet meer. Maar zulke uitleggingen zijn we bij Spock in elk geval en goddank nooit tegengekomen. Die waren ook niet nodig. Wij hadden een pilletje om onze kinderen, zo nodig, te ontwormen.
Hieronder nog een scan over het onheil der wormen:



Tenslotte nog wat goede raad die kennelijk was gebaseerd op ervaring.

"Terwijl de kinderen nog jong zijn, gaan sommige daar terstond mede in de logt en op de straat, hetwelke mede niet teraden is, voornamelijk in de Winter, als het vriest, so moeten se het Kindjen mede al op het ys by al de Narren op de Ys-slede hebben, en laten het dikmaals verstyven van de koude, waar door het Kind verkoud werd, en daar na dikmaals siek.
In de heete Somer is het mede gans ongeraden, want de subtile materie des logts is dan so sterk, en door hare oogen en dunne hersen-pannetjes blixemende, datse ligt een hooft-swymel krygen, waardoor de veseltjes der hersenen seer beledigt werden. Derhalven moet men de Kindertjes allenxkens tot een kouder of heeter logt gewennen." 

En nog een:

"Men moet de Kinderen ook in een Wieg leggen en niet bij de Ouders in het bed, want dan werden de kinderen menigmaals dood gelegen, daarom moet men haar zoo lange in een Wieg laten slapen, totse zig zelven als een mensch in het bed konnen helpen. Men heeft te veel exempelen van kinderen, welke van de Moeders en Soogsters onnooselyk  zijn dood gelegen, en om dat voor te komen, is het best, dat de kinderen in een Wieg gelegt werden."

en tenslotte...

"Noit moet men de Kinderen te lange in haar vuiligheid en drek laten leggen, want daardoor smert het lichaam, en de kinderen werden grinig, en behalve dat, werden de bepiste doeken koud aan het lichaam, welke koude schadelijk is. Men moet de kinderen ook zoo weinig laten huilen als het immers mogelyk is; want door het huilen konnen zy lichtelyk gescheurt raken, en dan is goede raad duur: alhoewel sommige van gevoelen zijn, dat de Kinderen matig mogen huilen; maar waar het eigentlyk toe dient, daar van kan ik geen gesonde reden uit hare schriften gewaar werden. Seggen helpt weinig, als er geen reden by is."

 Het boekje is antiquarisch (uitgave 1966) nog volop te krijgen, en kost meestal niet meer dan € 10.-

donderdag 6 juni 2013

OUT OF AFRICA



Af en toe stuit ik op een boek dat zo ongelofelijk goed is dat ik het aan iedereen zou willen laten lezen. Helaas is dit niet in het Nederlands vertaald.

'Of Water and the Spirit' is geschreven door Malidoma Patrice Somé (1956 - ), een Afrikaan van het Dagara volk uit Burkina Faso, en beschrijft zijn jeugd en inwijding in de esoterische kennis van zijn cultuur.
Malidoma, wiens naam 'hij die twee werelden bij elkaar brengt' betekent, wordt tot zijn vierde jaar voornamelijk opgevoed door zijn grootvader, de belangrijkste medicijnman van de grote familie. Al voor zijn geboorte ligt  zijn levensbestemming vast in dit in reïncarnatie gelovende volk: hij zal jong naar de wereld van de blanken gaan.
Als zijn grootvader overlijdt is Malidoma nog een kleuter. Een Jezuïet maakt gebruik van de afwezigheid van de ouders om het kind te ontvoeren.
15 jaar lang zal hij ze niet meer terugzien.

Malidoma's leven op kostschool en op het seminarie is een hel van seksueel misbruik, totale indoctrinatie met Westerse 'waarden' en zware geestelijke en lichamelijke mishandeling; een cultuurschok van de ergste soort.  De eigen taal spreken wordt bestraft met zweepslagen, en de hele wereldgeschiedenis komt aan bod, behalve die van Afrika.
Malidoma zegt ergens dat het geen wonder is dat veel Afrikaanse leiders onwijze en gewelddadige heersers zijn: ze hebben bijna allemaal een 'voorbeeldige' opvoeding bij de missie gehad.
Als hij 20 is gooit Malidoma bij een handgemeen een priester door het raam van het klaslokaal. Hij vlucht, in grote verwarring, geplaagd door zijn geweten, in conflict met God en hangend tussen twee culturen waarvan hij zich de Afrikaanse nauwelijks herinnert. Hij weet lopend de weg naar zijn dorp terug te vinden.

In het dorp wacht hem een gemengd welkom.  Zijn eigen taal is hij vergeten; hij spreekt alleen nog Frans, dat door zijn stamgenoten niet wordt begrepen. Zijn blanke opleiding heeft in de familie geen enkele waarde, en de waarden en kennis van zijn stam heeft hij niet meegekregen. Hij is als een baby, maar wel een die de dreiging van de gehate blanke priesters belichaamt. De stamoudsten zijn verdeeld: sommigen zien in de terugkeer van de jongen een gunstig teken, anderen willen hem weg hebben.
Malidoma, totaal ontredderd en ontworteld, leert met moeite opnieuw de taal, en tracht zich aan te passen.
Inwijding van de jongens gebeurt als ze dertien zijn. Malidoma is twintig, maar wil de inwijding alsnog ondergaan.
Samen met veertig anderen zondert hij zich zes weken af in de wildernis voor een serie rituelen en belevenissen die hem onvoorbereid in andere dimensies en astrale werelden laat terechtkomen, waar hij natuurgeesten, voorouders, sprekende dieren, onbeschrijfelijke wezens en shape-shifters ontmoet. Niets is wat het lijkt. Veel van zijn ervaringen doen denken aan die van spiritistische séances en materialisaties, maar ook aan de beschrijvingen van 'Bardo' in het Tibetaanse dodenboek. De grens tussen dood en leven vervaagt, en hij krijgt nieuwe ogen en een nieuwe kijk op een flexibele werkelijkheid.   
Iedere jongen beleeft zijn eigen avonturen, er is geen garantie en de dorpsoudsten kunnen hen nauwelijks voorbereiden op wat ze te wachten staat.
De inwijding is niet ongevaarlijk: vier jongens keren niet meer terug naar hun dorp, één blijft voor altijd achter in een andere dimensie.
Tegen ieders verwachting overleeft Malidoma de beproevingen. Hij is nu werkelijk een volwaardig lid van de stam.
Maar zijn geluk is van korte duur. De stamoudsten besluiten dat hij opnieuw naar de blanke wereld moet, omdat niemand beter dan hij is toegerust om begrip voor de zwarte cultuur te kweken.
Het boek eindigt met die beslissing. Malidoma kan zijn lotsbestemming niet ontlopen.
Intussen heeft Somé graden van de Sorbonne en een andere universiteit. Hij schreef nog twee andere boeken over o.a. het belang van rituelen in onze Westerse samenleving, en hij zet zich in voor het behoud van de oorspronkelijke Afrikaans culturele rijkdom, in woord en geschrift.

Wat mij heeft geraakt in dit boek is de misdadige arrogantie van machtbeluste missionarissen die in de 60er jaren nog kinderen ontvoerden (nu ook nog?) zodat ze tijdbommen werden bij terugkeer in de familie;  vertegenwoordigers van een 'christendom' dat erop uit is om de cultuur van een vreedzaam en goed georganiseerd volk met succes te ondermijnen, in naam van een witte God.
Maar het meest intrigerende aspect is de 'inwijding' van de lezer in de rijkdom van deze cultuur die over kennis van de natuur en van andere werelden beschikt die alle wetten van de natuurkunde op de kop zetten, maar die voor de Dagara een dagelijkse manier van leven is, even natuurlijk als ademhalen. Je kunt je afvragen wie de 'wilden' zijn, en wat 'ontwikkeling' is.
Malidoma's beschrijvingen van zowel de zwarte als de witte wereld zijn een avontuur om te lezen.
Een boek dat onder je huid gaat zitten.

TOVERBOEKEN


Van tijd tot tijd  krijgen we in de New Age Big Business te maken met een hype.
Zo was er in de jaren '90 het boek van James Redfield: De Celestijnse Belofte. Dat boek dreigde de levens van menigeen ingrijpend te veranderen. Kijkend naar de toestand van onze cultuur heeft dat misschien toch niet helemaal gewerkt. Nu staan de Celestijnse Beloftes en zijn opvolgers rijen dik bij antiquariaten. De belofte is niet nagekomen.. 
In 2006 verscheen de film 'The Secret' naar het gelijknamige boek, van Rhonda Byrne.
Misschien hebt u de film gezien of het boek gelezen.
Wat daarin uit de doeken wordt gedaan is de 'Wet van de Aantrekkingskracht' , ofwel het idee dat als wij onze zinnen zetten op iets begeerlijks en gedachten aan het onbegeerlijke achterwege laten, het universum onze wensen zal verhoren.
Vroeger hadden we God of sinterklaas - het onderscheid was niet voor iedereen duidelijk - en nu hebben we 'The Secret' , dat speciaal schijnt te werken in gevallen van materiële wenselijkheid.

Kijkend naar de film werd ik min of meer niet lekker, maar dat kan aan mij liggen. Ik word bevangen door een gevoel van malaise als het universum wordt ingezet voor het vullen van onze portemonnee. Weer een van de New Age fads die mensen kritiekloos volgen, alsof de wereld zo simpel in elkaar zit en iedereen die in dit leven niet krijgt wat hij wil, alleen maar even z'n denkpatroon hoeft te veranderen.
Luisterend naar de reacties van sommigen was er sprake van grote teleurstelling: de loterij was nog steeds niet gewonnen, het droomhuis liet op zich wachten.  

Het leuke van de New Age vind ik altijd dat al die moderne messiassen die miljoenen verdienen aan hun bestsellers niets anders dan oude ideeën recyclen.
Zo was er in de 50er jaren de Amerikaanse dominee Norman Vincent Peale (1898-1993) die roem verwierf met zijn boek 'De kracht van positief denken' .Peale riep niet dat het universum het wel voor ons op zou knappen, maar beschreef methodes om ons denken en handelen te veranderen, omdat we uitstralen wat we verwachten.
Kijk, en dat is natuurlijk waar. Dat weten we allemaal. Op menselijk niveau worden onze positieve of negatieve verwachtingen vaak - niet altijd, we moeten ook niet overdrijven - door het handelen van onze medemensen bevestigd. Onze lichaamstaal en onze 'uitstraling' doen vaak meer dan we in de gaten hebben.

Het boek van Peale, in 15 talen vertaald en verkocht bij miljoenen doet nog steeds de ronde, maar - vergeef m'n negatieve gedachte - de wereld is er nog niet heel veel mee opgeschoten.
Maar in ieder geval leidde Peale ons niet op verkeerde sporen, en ging het hem om een gezonde verhouding tussen mensen en met God, en dat is okee.

Wat niet okee is, is een geloof dat we ons lot zelf in de hand hebben, zoals dat door New Age messiassen wordt gepredikt. Verbondenheid met het universum: ja. Maar niet om onze zin te krijgen. En nog minder om het tegen elkaar te gebruiken: "Je denkt niet goed", of "je hebt er zelf voor gekozen". Eigen schuld dikke bult.

In het kielzog van Redfield en Byrne zijn intussen vele boeken verschenen die ons vertellen hoe we makkelijk onze wensen vervuld kunnen krijgen en vooral financiële voorspoed kunnen afdwingen.
De vraag is of we daar goeie of kwaaie krachten mee aanboren; een vraag die de moeite waard is om te stellen.  

In de Middeleeuwen en de Renaissance kende men de 'grimoires' , toverboeken met recepten om geesten op te roepen, als Aladin en zijn wonderlamp. De rituelen uit de grimoires werden gebruikt om ons te geven wat we begeerden of onze kolen uit het vuur te halen. Die toverboeken met gedetailleerde instructies en incantaties waren enorm populair.
Magie is van alle tijden, en werkzaam voor goed én kwaad. Niet alleen magiërs maakten er gebruik van, ook geneesheren en de adel, want wie heeft er nou niks te wensen, toch? Het aanroepen van geesten en demonen werd niet speciaal als slecht gezien, maar meer als een middel om iets te bereiken.
Grimoires werden met de hand gekopieerd en vaak prachtig geillustreerd. De 'recepten' waren van veel oudere datum, en dateerden meestal uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, overgenomen uit Hebreeuwse en Latijnse teksten. Het meest magische boek was 'De Sleutel van Salomo' , toegeschreven aan de legendarische koning, die in de joodse mythologie de grootste magiër aller tijden was.  Talloze toverboeken zagen het licht. 
Ook engelen werden aangeroepen. Zo is er de 'Enochian Magic' , gebaseerd op het apocriefe 'Boek van Enoch' herontdekt door de Engelse 16de eeuwse magiër John Dee, die schrift doorkreeg om met engelen te communiceren. Het liep niet goed af met John Dee, en op het eind van zijn leven stond hij er alleen voor, alle engelen ten spijt.
Over al deze dingen is veel te zeggen.
De menselijke behoefte om de hemel te bestormen is van alle tijden; het is de de basis van mythen en religie.
Maar de wetten waaraan het universum beantwoordt zijn niet van menselijke maat, en simpel zijn ze al helemaal niet. We zullen onwijs blijven proberen de Schepping haar geheimen te ontfutselen: soms helaas met succes.
De gevolgen zijn voor onze rekening.

 

BEKENTENISSEN VAN EEN BOEKENFREAK


 
Een oude vriend van mij die graag en veel las, had desondanks nooit méér boeken dan er pasten op zijn piano.
Dat waren er ongeveer 100. Dreigde de rij de lengte van de piano te overstijgen, dan moest er een wijken. Die werd dan weggegeven. Zo bleef zijn wereld wat ie was: netjes en geregeld.

Mijn eigen idee van boeken bezitten is een beetje anders. De nadruk ligt naast lezen ook op bezitten, want ik moet er niet aan denken te lenen uit een bibliotheek. Openbare Bibliotheken vervullen me met weerzin. Ik kom er geregeld, omdat mijn partner een bibliotheek prettig vindt en ruimtebesparend. Daar heeft ze volkomen gelijk in, als wij allebei dezelfde boekenhonger hadden zou ons huis dat niet kunnen bevatten.

Maar voor mij zijn Openbare Bibliotheken een bron van ergernis. In die van ons staat alles door elkaar, want er is gekozen voor alfabetisme. Literaire romans staan naast detectives, Fantasy en titels als  'de Roos van de Liefde'  of 'Trouw Ondanks Alles' , titels die het ergste doen vermoeden.
Ik hou het er maar moeilijk uit. Bij de Slegte verplaatste ik menigmaal boeken op eigen initiatief, wetend dat ze niet hoorden waar ze stonden. Maar in een bibliotheek moet ik mij bedwingen. Gretige leners bekommeren zich doorgaans niet om de wanorde die mij door de ziel snijdt, en voor hen is de bibliotheek bedoeld.

 Van jongs af heb ik geleerd boeken te waarderen. Mijn moeder had er heel wat geschreven, het geslacht waaruit ik kom schreef het nodige bij elkaar. Het woord, taal, was prominent aanwezig, en de vele boeken waren daarvan het bewijs. Ik herinner me de hoge boekenkasten bij een oom, en zijn eerbied voor de oude banden die hij me liet zien en voelen. Het zijn zowat de enige herinneringen die ik aan hem heb.

Verjaardagen waren boekendagen. Nauwelijks ooit iets anders dan boeken gaven we elkaar. Zakgeld was voor boeken, dat was vanzelfsprekend. Zo had ik als kind al een bibliotheekje dat zich langzaam maar zeker uitbreidde en waaruit de beste boeken steeds verdwenen: ik kon het niet laten een goed boek uit te lenen, en zoals iedere boekenliefhebber weet; bijna niemand geeft een geleend boek terug. Al die uitgeleende en verloren boeken herinner ik me nog, maar niet de mensen die ze leenden.
Sommige van die boeken kocht ik later opnieuw.
Want boeken lezen is niet genoeg, boeken wil ik bezitten, aan kunnen raken, aan anderen kunnen laten zien, kunnen ordenen volgens mijn eigen systeem waardoor ik mijn 6000+ boeken (bijna) altijd feilloos kan vinden.
Ze omhelzen de huiskamer, de gang, de slaapkamer, een andere kamer en de zolder, en helaas ook de keuken, wat voor hun gestel niet de beste plek is. Maar sinds ik las over een boekenliefhebber die ze zelfs in de badkamer heeft staan.... Een mens moet toch wat, en geen boeken meer kopen is geen optie. En daarom zijn hier in huis de planken met verticale boeken bekroond met zoveel mogelijk dwarsliggers, en ben ik hier en daar helaas noodgedwongen overgegaan naar dubbele rijen.
Zelfs wat op internet m'n aandacht trekt wil ik 'hebben': artikelen print ik en bundel ze in readers, waarvan ik er heel veel heb, uiteraard met een goede index.

Ik gruwel van bandenknakkers, ezelsoorvouwers en viltstiftmarkeerders.  En ik heb een hekel aan mensen die geen blad kunnen omslaan zonder hun vinger te bevochtigen, vooral als ze dat met mijn boeken doen. Maar daarentegen heb ik geen moeite om een potloodstreepje te zetten in de kantlijn van een interessante passage, in de hoop dat ik me later nog herinner waarom ik die zinnen zo veelbetekenend vond. 

Als ik bij iemand thuis kom en er is een boekenkast, dan ben ik even niet aanspreekbaar.
Alleen de boekenliefhebber  herkent de boekenliefhebber, een herkenning die zich verraadt door aandacht voor de boeken zelf, en niet alleen voor de hoeveelheid. 
Mensen die hier in huis komen en de moeite nemen om rond te kijken vragen meestal die ene vraag: "Heb je dat allemaal gelezen"?
Dat vind ik een rare vraag. Lezen is één ding, onthouden een ander. Maar niemand vraagt ooit "Heb je dat allemaal in je hoofd zitten"?  Op beide vragen moet ik ontkennend antwoorden. Mijn boeken zijn geen romans. Romans lees ik al 40 jaar niet meer, op een doodenkele uitzondering na. Mijn boeken gaan over een onderwerp, en die onderwerpen lopen uiteen, maar vallen allen, generaliserend, onder de noemer 'geestelijk erfgoed.'
Ik kies ze, uiteraard, bewust, en bestel ze bij Amazon of soms bij Nederlandse antiquaren. Het gemis van de Slegte is treurig maar gelukkig niet onoverkomelijk. Surfen op internet is een goede vervanging voor de regelmatige urenlange snuffelgang door het lijfelijke antiquariaat.  

Het digitale boek is aan mij niet besteed, en ik zie met leedwezen de razendsnelle digitale ontwikkeling, en zelf heb ik me er nog niet aan overgegeven. De vraag 'waarom digitaliseer je je bibliotheek niet"?  is een gotspe. 

Wat is nu het nut van al die boeken en al dat gelees, kan men zich afvragen.
Ook al heb ik lang niet alles van voor tot achter gelezen en valt veel informatie uit m'n hoofd, het vormt m'n denkraam. Lezen is niet alleen precies weten. Daarvoor hebben we internet.
Lezen is vooral gevoel krijgen voor de wereld van de geest. Nieuwe informatie valt op een plek die al is voorbereid door vorige leeservaringen. Dat maakt de opname makkelijker, logischer, vanzelfsprekender.
Lezen is bouwen aan een denkraam, een visie.  Het is verbanden leggen, patronen zien, en een verbintenis aangaan met de denkwereld en de inzichten van anderen. Lezen is ontdekken van je eigen identiteit aan de hand van wat je raakt. Lezen is je laten verrassen, een 'Aha Erlebnis' hebben. Boeken openen werelden die we mogen betreden, ook als de schrijvers er allang niet meer zijn. In iedere lezer begint een boek een nieuw bestaan.
Wie leest is nooit alleen.