dinsdag 5 september 2017

BIZARRE BOEKEN



Als boekengek valt mijn oog nog wel eens op bizarre titels.

Ik heb zelf een paar boeken wier titel het predicaat 'bizar' verdienen, zoals een boekje uit 1811 van James Perchard Tupper:  'Essay on the Probability of Sensation in Vegetables - Additional Observations on Instinct, Sensation, Irritability, etc.

Of een boekje A Satyrical Lecture on Hearts to which is added: noses (1767) , en om bij de lichaamsdelen te blijven: A Chapter on Ears, anoniem maar mogelijk van Sir Arthur Conan Doyle, uit het Strand Magazine van 1893 heruitgegeven boekje.

Of de boeken die de platte aarde bepleiten, zoals 'Is de aarde rond? ' van Klaas Dijkstra uit 1954.

Het zonnestelsel is een onuitputtelijke bron van 'Lering ende Vermaeck', van vroege SF tot serieuze beschouwingen over bewoningen van planeten en zelfs de zon.

Zo heb ik hier 'The Man in the Moone' van Francis Godwin uit 1638, 'A New System on fire and planetary life' uit 1776, van Robert Harrington, Eros Urides''The Planet Mars and Its Inhabitants' uit 1922, of 'Edison's Conquest of Mars' uit 1898, van Garrett Serviss.

 Een hele leuke is ook 'Some Observations on the Inconvenience of the Ten Commendments', uit 1795, van George Hanmer Leycester.

Of 'The Truth about the Leprechaun',  'Among the Mermaids' , en 'The Coming of the Elves' veel mensen warm zal maken weet ik niet, maar wat de een bizar vindt, vindt de ander wellicht gewoon. Mijn hele boekenbezit zal allicht voor veel mensen 'weird' zijn, en de titels van alles wat over het leven hierna gaat liegen er ook al niet om: 'Letters from the Afterlife', 'Faces of the Living Dead' ,' 30 Years among the dead', 'The Ghost that Haunted itself' , de 'Beginnersgids voor pasgestorvenen' , 'Wat te doen als je dood bent' en ontelbare andere boeken over 'geestelijke' onderwerpen roepen de rillingen op in de meeste mensen die ik ken. Want neem nou 'The Encyclopaedia of Preserved People' , of 'Death Warmed Over' , of 'Six Feet Under' , of 'Funerals to Die For' , of 'Rest in Pieces', of 'Lebendig Begraben' of...

Gelukkig staan ze veilig in de kast en hebben weinigen de motivatie ze eruit te halen. Dat laat ik zo.

Mijn boeken over monsters zijn legio: "Real Wolfmen', the Lycanthropy Reader' , The Big Bad Book of Beasts' , 'The Dragon and the Disc', 'The Inhumanoids' naast 'The Humanoids' , 'Myths of the Dog-man', 'In the Wake of the Sea Serpent' etc, etc. 

Really weird is 'The Magic of Shapeshifting', 'Invisibility', en 'Lighter than Air' (over levitatie).

Of , netjes op dezelfde plank: Bizarre Britain, 'Occult Britain', 'This Haunted Isle' , 'Modern Mysteries of Britain', . 'Enchanted Britain' , 'Strange Britain' ....Overigens, mijn boeken met 'strange' of 'weird' in de titel vullen verschillende planken.  Ik hou erover op, en u mag zelf uitmaken of de titels of allicht de inhoud , de auteurs of misschien de bezitter van zulke boeken het meest vreemd is.

In 1923 verscheen een boek van Edward Thurston met de aanspekende titel 'Do the Dead Ever Talk?' Die vraag werd bevestigend beantwoord door  John Bentley in 1944 met 'The Dead Do Talk'.
Maar 2 jaar later, in 1946, werd die titel onderuitgehaald door Julien Proskauer, met 'The Dead Do Not Talk' .
Waarschijnlijk hadden die schrijvers niets met elkaar te maken, maar toch.

Geloof is een eeuwig dankbaar onderwerp.
Zo verscheen er in 1900 een boek van Rev. Myers: 'Would Christ Belong to a Labor Union?'

In 1967 schreef E. Metcalff 'Magic of Telephone Evangelism' en in 1998 was het Lori Pecham die zich verdiepte in 'Jesus in my shoes' .In 1932 vroeg William Sangster zich af 'Why Jesus Never Wrote a Book' en in 1890 prangde de vraag 'Hell: Where Is It'  een man die W. Stewart Ross heette.
Je kunt je afvragen wat 'Electricity and Christianity' met elkaar te maken hebben, maar een boek van die titel verscheen in 1938, geschreven door Crump Strickland.

'Why Jesus was a Man and Not a Woman' is een dilemma waar Sydney Calhoun Tapp in 1914 een antwoord op dacht gevonden te hebben, terwijl G.W.Foote in 1891 doende was met de vraag 'Was Jesus Insane?'. In 1993 schreef Enda Wyley een boek met de omineuze titel 'Eating the Baby Jesus', en Bernita Brown hield het in 2002 op 'Jesus In My Golf Cart.'

In 1973 kwam een begripvol boek uit van Robert Branch: "So your Wife Came Home Speaking in Tongues! So Did Mine!. Het boek bleek nog te krijgen en ik bestelde het gelijk. Je kunt nooit weten waar het goed voor is.

Lori David ging in 1978 over tot 'Cooking with God' en tenslotte deed Rev John W. Doherty in 1966 ' Is God Amoeboid? ' het licht zien. Ik vraag me af of dat boek zijn carrière heeft bevorderd of in de weg heeft gezeten.



 

 

DE ZIEL VAN BOEKEN


Nu het begrip boek zo onderhand moet worden opgezocht in een woordenboek - pardon, op internet - kan ik niet laten de lof te zingen van een uitstervend wezen: de boekenlezer. De ouderen onder ons kennen hem nog, de zonderling die liever een papieren boek in zijn handen heeft dan een e-Reader, of, godbetert, de smartphone waarop men in onherkenbaar Nederlands zijn vrienden be-twittert.
Nog dichter bij de afgrond van de extinctie staat die menselijke bezienswaardigheid: de boekenliefhebber die zich omringt met liefst oude boeken, eerste drukken als het kan, banden die geschiedenis ademen, wijsheid en wetenschap van voorbije generaties gedrukt op goed papier, soms nog niet eens opengesneden. Boeken, lang gezocht, met moeite of bij toeval verkregen, gekoesterd en gelezen. Boeken waarvan de inhoud en uiterlijk de trotse bezitter in vervoering brengt.

De blijdschap om het verkrijgen van zo'n boek is niet uit te leggen aan de twittergeneratie. Niet de snelle boodschap telt, maar het met liefde en aandacht savoureren van taal en verhaal, om het boek uiteindelijk, gelezen, in de kast te zetten naast zijn verwanten, volgens een systeem, met zorg, met liefde. Want de boekenliefhebber van deze snit leent niet uit een publieke bibliotheek. Die wil bezitten, om op elk gewenst moment terug te kunnen keren tot zijn vriend; het boek.

 Ik ken zo'n uniek exemplaar, zo'n gedreven boekminnaar. Nee, hij is nog geen 80, mocht u dat soms denken. Hij is een stuk jonger dan ik, maar hij heeft het virus ongeneeslijk te pakken.

Zijn hoge Haagse huis is van vloer tot plafond bekleed met kasten, met daarin een exquisiete verzameling banden uit de 19de en begin 20ste eeuw. 'Fluisterkasten' noemt hij ze, want de boeken hebben niet alleen hem maar ook elkaar de mooiste dingen te vertellen, 's nachts, als niemand het kan horen.

Boeken leven, en nemen hun vorige bezitters met zich mee.

Dat weet mijn vriend. Door een boek ter hand te nemen erkent hij hun geschiedenis: hij aait liefdevol over het ex libris of een opdracht van de schrijver: deze komt uit de bibliotheek van ... in deze staat de handtekening van...dit boek vond ik heel toevallig...hiervan had ik het gevoel dat ik het die dag zou vinden...

Zo heeft ieder boek zijn verhaal, en mijn vriend kent ze allemaal. Als geen ander weet hij dat oude boeken geen dode dingen zijn maar schatbewaarders van gedachten en cultuur, begonnen bij hun auteur, voortgezet in opeenvolgende eigenaars die hun inhoud hebben gesavoureerd en hebben geïntegreerd in hun levensfilosofie.

 De aanleiding voor deze bespiegeling is een artikeltje in het tijdschrift 'Paranthropology' (gratis van internet te downloaden), getiteld 'Book Hauntings'.

Schrijver Mark Valentine noemt drie 'intuïtieve' ervaringen van de ware liefhebber van het antiquarische boek.

Weten - of liever: voelen dat het boek dat je zoekt er is.

Een onverklaarbare bedrevenheid in het vinden van boeken.  

Getrokken worden naar een boek dat belangrijk blijkt te zijn.

 Valentine haalt verschillende voorbeelden aan uit de literatuur, waarin schrijvers zelf vertellen hoe ze 'dat ene boek' vonden, omdat ze 'wisten' dat er in een bepaald obscuur antiquariaat dat ene boek op ze lag te wachten.

Alsof het boek ze riep.

Dat was zeker het geval bij die verzamelaar van lang geleden die in een onordelijke boekenstal, zonder titels te lezen, onfeilbaar het juiste, zeldzame boek tevoorschijn wist te trekken. Een ander die dat probeerde vond niets waardevollers dan een boek waarvan er duizenden te koop waren.

Sommige liefhebbers 'voelen' het zeldzame boek nog voor ze het gezien hebben. Ooit kwam ik iemand tegen die met zijn handen langs de kasten van de Slegte ging, 'voelend' welk boek bij hem moest zijn.

Een ander vindt een onopvallend boekje dat hij in een opwelling aanschaft, en dat precies die informatie blijkt te bevatten waarnaar hij al jaren op zoek was.

 Het lijkt niet alleen de boekenliefhebber te zijn die actie onderneemt; ook de boeken zelf hebben de wens gevonden te worden, als de Ene Ring in Tolkiens fantasie; boeken laten zich vinden.

Legio zijn de getuigenissen van mensen die in een boekhandel 'per ongeluk' een boekje van een stapel stoten dat exact het boek blijkt te zijn wat ze nodig hebben. Het valt hen letterlijk voor de voeten.

Anderen zitten dagen, weken in een bibliotheek te studeren. Dan valt een boek open, precies op het goede moment op de goede bladzijde, bij dat stukje essentiële informatie. Kenners van het fenomeen noemen het de 'bibliotheek engel' . Onderzoekers vertrouwen erop.

Boekenliefhebbers kunnen er verhalen over vertellen. "Ik wacht gewoon af", zegt mijn vriend, "ooit komt dat boek wel naar me toe. Dan vind ik het ergens, voor de juiste prijs. Ik heb geduld. Ooit zal het gebeuren."

 De schrijver besluit zijn artikel met een eigen ervaring:

"In een vochtige vervallen schuur naast een rommelwinkel heb ik mijn hand voelen gaan naar een verbleekt zwart boekje waarvan ik de titel niet kon lezen en dat een bijna onvindbaar boek bleek te zijn over mysteries in Wales. Instinct? De ervaring van jaren rijen boeken afzoeken? Misschien. Maar ik kan alleen maar zeggen hoe het op dat moment voelde. Het voelde als een plotseling 'weten' "

BOEKEN VOOR STATUS


Lang geleden kende ik broeder Jan, een oude monnik, die in zijn levensonderhoud voorzag door opdrachten aan te nemen voor het restaureren van oude boeken. Dat deed hij met veel liefde en veel vakkennis, oude bijbels en bijna uit elkaar vallende religieuze geschriften. Ik bezocht hem vaak in zijn werkplaats en genoot dan van de geuren van leer en bindmiddelen, en hij legde me uit hoe je nieuw leer oud kon laten lijken door er een door hem zelf ontworpen mengsel op te smeren, waarvan de ingrediënten o.a. bestonden uit roestige spijkers en inkt.
Op een dag toen ik bij hem was kwam er een dure mevrouw voorrijden in een dure auto met chauffeur.
Uitgeladen werden vele dozen met waardeloze pocketboeken. Of broeder Jan die maar allemaal in leer wilde binden. Honderden, de chauffeur bleef maar aanvoeren. De vloer van de kleine werkplaats stond spoedig vol met een soort boeken, detectives van Maigret en Havank, prismaboekjes en Zwarte Beertjes (voor wie dat nog wat zegt), waarvan de waarde nihil was, maar die, gebonden in leer heel wat zouden gaan kosten.
"Waarom wilt u die ingebonden hebben", waagde ik de dure dame te vragen. "Omdat ik antieke boekenkasten heb", legde de dame uit, "en daar horen passende boeken in ".
De boeken had ze op een veiling gekocht, waar ze per doos voor een habbekrats waren aangeboden.
Broeder Jan kon aan het werk. Hij deed er twee jaar over, en geen van de boeken heeft hem enig plezier gebracht.
Voor een man met een diepe liefde voor oude boeken en hun behoud was deze arbeid een gotspe, maar het betaalde goed, en dat was ook niet onbelangrijk voor een monnik zonder vast inkomen.
 In 'Milledulcia' uit 1857 lees ik: 
"Veel lezers hebben gehoord van het kopen en verkopen van boeken per gewicht - en in feite is het de vraag of het aantal boeken dat op die manier verkocht wordt niet veel groter is dan het aantal boeken dat per stuk over de toonbank gaat -  maar weinigen hebben waarschijnlijk gehoord van boeken die 'per meter' verkocht worden.
Nadat ik in St. Petersburg een bibliotheek had opgekocht die door een hooggeplaatste edelman was nagelaten, was ik erg verbaasd een kopie te vinden van de 'Oeuvres de Frederick II', dat oorspronkelijk in 15 delen was gepubliceerd, hier te vinden in 60 delen, waarbij ieder deel voorzien was van een nieuw titelblad, en ook enige honderden delen waarop aan de buitenkant stond de 'Oeuvres de Miss Burney',  de 'Oeuvres de Swift'  , etc, waarin alle mogelijke goedkope Franse romannetjes schuilgingen. Dat alles, naast drie edities van de 'Oeuvres de Voltaire', was gebonden in kalfsleer, met rood Marokkaans leer versierd op de rug en met goud opdruk.
Mijn nieuwsgierigheid was gewekt, en ik informeerde naar de oorsprong van deze bibliotheek.  Gedurende de regering van Catharine, vernam ik, was het zo dat iedere hoveling die hoopte met een bezoek van de keizerin vereerd te worden, verwacht werd een grotere of kleinere bibliotheek te bezitten, en dat, nadat Voltaire de gunsten van de Keizerin had verworven, het noodzakelijk was om enige boeken van genoemd filosoof te bezitten.
Iedere hoveling was daarom verplicht een kamer uit te rusten met mahonie boekenplanken die hij met boeken vulde in aantallen die zijn vermogen om ze allemaal te lezen ver overtroffen, en die hij zelf meestal niet opende.
Een boekverkoper die Klosterman heette was vanwege zijn atletisch postuur een favoriet van de keizerin, een van de zeer velen (zij had alle mannen lief behalve haar eigen echtgenoot).
Deze Mr. Klosterman werd gewoonlijk gevraagd niet om selecte boeken te leveren, maar voor het vullen van lege planken met meters boeken, waardoor deze man in goeden doen stierf. Hij had duizenden boeken verkocht, waaronder honderden van Voltaire, voor 50 of 100 roebels per meter, afhankelijk van hoe ze gebonden waren."
 Het kopen van boeken per meter gebeurt nog steeds. Een kennis met een ruim wandmeubel gevuld met een flinke hoeveelheid gebonden literatuur wekte mijn nieuwsgierigheid, omdat hij op mij niet overkwam als een geletterd man. "Die heb ik per meter gekocht", bekende hij olijk. "Je denkt toch niet dat ik die allemaal gelezen heb?
Ze waren in de aanbieding, en ik dacht, ach, dat staat wel mooi, want hoe krijg ik anders die planken gevuld?
Staat goed, ja toch? Niet dan?"  Dat kon ik niet anders dan beamen.

maandag 26 augustus 2013

MIJMERINGEN VAN EEN BOEKENLIEFHEBBER


 In Nijmegen is voorheen De Slegte ◄ oppervlakkig nog altijd doende te doen of er niks aan de hand is. De winkel, een prachtig pand, is er nog steeds, alleen heet ie geen De Slegte meer en is het grootste deel van de boekenschat verhuisd naar wat nu abusievelijk 'Polare' heet, een samengaan van 'Selexys' - een keten van bij elkaar gevoegde boekhandels, en De Slegte, die voor mij nog steeds De Beste is. Of was, want, zoals gezegd, hij bestaat niet meer.
Daarmee heeft, naar mijn idee, De Slegte zich zwaar in de vingers gesneden, want die enorme panden raken ze  (of de verhuurder) aan de straatstenen niet meer kwijt, en de boeken, ach... droevig.

Ik kom regelmatig restanten plukken, die nu zo absurd niets meer kosten dat alleen m'n gebrek aan ruimte en lichamelijke draagkracht me weerhoudt om alles in een keer op te kopen.
Even staan praten met de vrouw achter de kassa, die de tering in heeft dat de nering - en het personeel - zo makkelijk van de hand is gedaan. Hoelang ze nog open blijven? Ze heeft geen idee.

Maar, vertrouwt ze me toe: er is bij de klanten ook veel veranderd. Het mag dan slecht gaan met de economie, mensen willen geen tweedehands boeken meer. Het mag allemaal niks kosten, maar er mag ook geen enkel gebruiksspoor op zitten, want dan willen ze 't niet.
Wij verbazen ons beiden, als liefhebbers en bezitters van gebruikte boeken. Wat is daar mis mee? Het gaat toch niet om de kaft  maar om de inhoud, of zie ik dat verkeerd?
Misschien dat zulke pretentieuze boeken 'liefhebbers' toch beter kunnen gaan denken over een eersteklas nooit eerder gebruikt strak behangetje met boeken erop?   

Inderdaad, de kasten met 'voormalig De Slegte' die nu bij 'voormalig Selexys' staan zijn in geen enkel opzicht meer te vergelijken met de aangename stoffige geuren verspreidende kasten die de boekenliefhebber zo warm van binnen kunnen maken. De gave keurige boeken over keurige onderwerpen zijn in helemaal niets meer te onderscheiden van de 'ramsj', de uitgeversrestanten die elke boekhandel tegenwoordig aanbiedt. Zou dat zijn om de potentiële koper niet af te schrikken? Maar waar zijn dan de vondsten gebleven, de vergeelde boekwerkjes, de aha-Erlebnis, de pret om een aanwinst waarvan je niet wist dat ie bestond?  

Het digitale boek neemt zonder scrupules bezit van de ruimte die het gedrukte boek heeft achtergelaten.
Digitale boeken zijn altijd nieuw. Liever gezegd: het zijn geen boeken. Ze hebben geen ponem, geen geur, geen geschiedenis. Ik moet er niet aan denken dat er ooit geen boeken meer zijn.
Wat krijgen we dan op onze verjaardag, een app?
Men vraagt mij wel eens of ik m'n duizenden boeken niet beter kan digitaliseren, vanwege het groeiend gebrek aan kastruimte. Dat is zoiets als vragen of je je kinderen niet beter weg kan doen, want je hebt toch foto's? 

Ik ben een gelukkig mens. Nog zijn er boeken, en goede antiquariaten, en in mijn volgepropte kasten vind ik elk onderwerp dat ooit m'n aandacht heeft getrokken...en meer.
En te denken aan wat er nog allemaal in boeken staat waar ik ooit, misschien, nu niet meer bij De Slegte maar op internet tegenaan zal lopen, maakt mijn bestaan een avontuur, en de wereld onophoudelijk interessanter.

zondag 9 juni 2013

EEN ZEVENTIENDE EEUWSE DOKTER SPOCK


Vandaag kocht ik op een boekenmarkt een herdruk uit 1966 van een juweel van een boekje uit 1684, van Stephaan Blankaart, Med. Doctor en Practizijn te Amsterdam.

Wie kinderen kreeg in de vorige eeuw en al doende in de ene hand de luierspeld en in de andere het dikke boek van Dr. Spock vasthield zal begrijpen waarom ik bij het lezen van dit boekje steeds aan de goede nu in onbruik geraakte Amerikaan moet denken.
Misschien dat 17de eeuwse ouders de handleiding van Doctor Stephaan Blankaart (1650-1702) even onmisbaar vonden.

Maar hun problemen waren niet dezelfde. Hoewel kinderen in elke eeuw krampjes hebben en tandjes krijgen, zijn we goddank verlost van kinderziekten waar geen kruid tegen gewassen was, de kinkhoest, de meningitis, de wormen, de infecties, de verstoppingen en de diarree, de rachitis, de scoliose en de luxaties waar geen middelen ter correctie voor waren en al die andere kwalen waaraan kinderen jong kwamen te overlijden of levenslang last van hielden.

Voeding is tegenwoordig ook niet altijd wat het zou moeten zijn, maar in die tijd had men geen idee van de bouwstoffen die een opgroeiend kind nodig heeft om gezond te blijven en te groeien. Noch had men benul van genetische afwijkingen, virussen en bacillen. Hygiëne was in de kinderrijke gezinnen vaak een onhaalbaar goed, en baby's lagen vaak veel te lang in hun 'pis en kak' , waardoor huiduitslag en ontstoken wonden veel voorkwamen. Geen pamperdroge billetjes in de 17de eeuw!
Doctor Blankaart stond voor een onmogelijke taak. Hij hield van kinderen, dat blijkt uit de tederheid waarmee hij spreekt van 'Kindjens' en 'Kindertjes'.  Maar wat kon hij doen? 

Een vrij willekeurige greep, want het is allemaal mooi, uit het hoofdstuk 'Van de Buik-pijn der Kinderen', zuigelingen in dit geval.

"Een derde oorsaak is, dat de Moeders of andere diese suigen, veel koude hebben geleden, waar op de Kinderen komen te suigen, en dat versuurde sog indrinken. Ook konnen de borsten gansch ontstelt zyn, met sweringen. knobbels, &c. Waar door het kind geen goed Sog krijgt.
Men moet met dese Buik-pyne niet lange fammelen, maar terstond goede Middelen in't werk stellen, want het is hier geen gekscheren, dewijl daar verscheidene toevallen uit konnen ontstaan, als trekkingen oft stuipen, want de zenuwen in de darmen geprikkelt zynde, konnen oorsaak zyn tot een wanorder in het gansche zenuwgestel.

Koors kan daar mede by komen, en is daar veeltyds by, want dit menigvuldige suur maakt het bloed dik, waar door oorsaken geboren werden, om broeyingen en hitte in het bloed te verwekken. Dese pyn is oorsaak mede dat de Kinderen grootelyks vermageren en bij gevolg van Krachten verswakken, want daar pyn is, is wan-order, en daar wan-order is, daar kan de voedinge niet regulier gaan. Ten anderen is het voedsel geduirig suur en bedorven, So dat het onbequaam is, om het lichaam te voeden en krachten aan te brengen.

Terwijl onderwylen de Kinderen in groote pyne en ellende liggen, wil men die geduirig met zuigen stillen, zo zullen de moeders oft Soogster een weinig Anys-brandewyn drinken, en des avonds soete melk eten met saffraan daar in: Of se konnen iets lepelwys door den dag gebruiken... (dan volgt een latijns recept van anijswijn) Hier van kan men om het uir twee of drie een lepel vol van gebruiken. Waar door de goorigheid van het Sog in de borsten ganschelyk over gaan zal, en het Kind zuigende zal daar bate by vinden." 

Gelukkig was Spock korter van stof.
Maar ook Spock wist: bij pyn moet men niet lang fammelen.
Wat een woorden zijn er uit onze taal verdwenen! 

Ziet u uw kind met zoiets lopen? ▼

Dit was de remedie tegen scheelzien, uit het Hoofdstuk 'Op wat wyse men de Scheele Oogen der Kinderen kan verbeteren en te rechte brengen.' 

De goede dokter wist precies waardoor scheel zien veroorzaakt werd: verschil in de lengte van de spiertjes die de oogbol bedienen.
Nadat hij dat omstandig heeft uitgelegd zegt hij: 

"De Oorsaak mein ik dat zelfs in het eitjen, daar de vrucht uit voortgekomen is, was. Ook kan de zelve geschieden door dien de Moeders ymand geduirig aansien die scheel zien, vvelke geduirig denkende, de Vezeltjes van het oog des Kinds zoodanig getrokken vverden datze mede komen scheel te zien: Van deze stoffe heb ik mijn Institutie genoeg af geschreven vvaar na ik de Lief-hebbers zende.

Andere zijn van Gevoelen dat de Kinderen zelfs daar de schuld toe hebben, vvanneerse in de Wieg leggen, en ter zyden uit het overdekte kleed zien, dat de oogen dan verrekt vverden: Of dat als de Voedster scheel ziet, de Kinderen dat zoeken na te doen en dan scheel te vverden: Maar ik heb noit konnen merken, dat als een Kind niet scheel geboren is, daar na scheel zoude vverden."

Dan volgt de raad om een masker te maken, en van welk materiaal dat dan het beste is, en hoe groot ze moeten zijn, het gezicht bedekkende of  'oog-kykers sonder Mom-aansigt'. 
(Wat de taal betreft: hoewel de dokter meestal een gewone w hanteert is in dit stukje de w als vv geschreven. Spelling lag in die dagen nog niet vast. Grappig is dat dat in het Engels bewaard is gebleven in de naam van de letter w: double U. En dat komt dan weer uit het Latijn, waar geen onderscheid is tussen de u en de v.)

Aan wormen wordt veel aandacht besteed in het prachtige hoofdstuk 'Van de Wormen die somwijls Rijf-koeken genoemd werden.
Wormen waren blijkbaar onvermijdelijk. De dokter begint zijn hoofdstuk aldus: 

"Wormen te hebben is een van de gemeenste (= gewone)  Kinder-ziekten, voornamelijk als de Kinderen vaste kost beginnen te eten, dan so zijnse daar meest mee geplaagt: De Wormen die in de Kinderen meest vallen zijn ronde Wormen; En een tweede soort is'er die niet in alle darmen groeyen, maar meest in de Endel-darm: Dog de kinderen werden daar juist niet alleen mede aangetast, maar zelfs oude Personen.
Het gebeurt niet selden dat dese Wormen gelyk als met gehele klonten in een sitten, en in de darmen blyven hangen, spannende de selve uit, en gevende somtijds een hardigheid, welke den buik doen opspannen. Het welke van de Quaksalvers en het gemeene Volk een Rijf-koek genoemt werd, doch om wat Oorsaak weet ik selfs niet." 

Dan volgt een lang en tamelijk onsmakelijk verhaal over de bewegingen van de darmen, de verrotingen, de sappen en de slijmen, en de stanken.
Spock heeft hier beslist anders over gedacht: dokter Blankaart wijt het ontstaan van wormen niet aan het binnenkrijgen van eitjes maar aan darmbewegingen. Hij besluit zijn onbegrijpelijke uitleg met:

"Dit is dan de Wijse, door vvelke wij bevatten konnen, dat'r een Worm kan gemaakt vverden. De verscheidenheid nu van de rottingen als ook der stoffe, beweginge, plaats en diergelyke geven gelegentheid tot het groeien van verscheide soort van Wormen.
D'Úiterlijke Oorsaken zijn het eten van harde spijs, die de Kinderen niet konnen verduwen, gelijk gesegt is; Item het eten van suiker en alle slijmige spijs, waarmede de Kindertjes tot vvalgens toe menigmaals opgepropt vverden, in't kort het is een slijmige en ligt verrottende stof, gelijk alsmede alle ooft-vrugten, die veel suur bij haar hebben, en ligt tot verrottinge komen." 

De dokter schijnt overmatig gepreoccupeerd met sappen, want de zuren, gylen en slijmen komen in al zijn uitleggingen voor. In het geval van wormen, zegt de dokter dat men "moet zien naar de pis die de Kinderen wateren, en se zullen gewaar werden, dat de Pis wit sal zijn als een gekernde Melk, dat niet anders is dan een vergoorden Gyl."

En hij vervolgt:
"Ook zyn dese Kindertjes wel met schrikkingen des Nachts onder het slapen bevangen, dat nergens anders van daan komt, als van dat overvloedige suur, waar mede de gyl en bloed opgevult is, soo datter by gevolg geen goed senuw-vogt kan geboren werden, het welke dan andere vreemde deeltjes by sich hebbende, onordentelyk door de zenuwen moet doorstralen, waar de trekkingen, verbaastheden, schrikkelyke Droomen en diergelyke komen t'ontstaan." 
Begrypt u het nog? Ik allang niet meer. Maar zulke uitleggingen zijn we bij Spock in elk geval en goddank nooit tegengekomen. Die waren ook niet nodig. Wij hadden een pilletje om onze kinderen, zo nodig, te ontwormen.
Hieronder nog een scan over het onheil der wormen:



Tenslotte nog wat goede raad die kennelijk was gebaseerd op ervaring.

"Terwijl de kinderen nog jong zijn, gaan sommige daar terstond mede in de logt en op de straat, hetwelke mede niet teraden is, voornamelijk in de Winter, als het vriest, so moeten se het Kindjen mede al op het ys by al de Narren op de Ys-slede hebben, en laten het dikmaals verstyven van de koude, waar door het Kind verkoud werd, en daar na dikmaals siek.
In de heete Somer is het mede gans ongeraden, want de subtile materie des logts is dan so sterk, en door hare oogen en dunne hersen-pannetjes blixemende, datse ligt een hooft-swymel krygen, waardoor de veseltjes der hersenen seer beledigt werden. Derhalven moet men de Kindertjes allenxkens tot een kouder of heeter logt gewennen." 

En nog een:

"Men moet de Kinderen ook in een Wieg leggen en niet bij de Ouders in het bed, want dan werden de kinderen menigmaals dood gelegen, daarom moet men haar zoo lange in een Wieg laten slapen, totse zig zelven als een mensch in het bed konnen helpen. Men heeft te veel exempelen van kinderen, welke van de Moeders en Soogsters onnooselyk  zijn dood gelegen, en om dat voor te komen, is het best, dat de kinderen in een Wieg gelegt werden."

en tenslotte...

"Noit moet men de Kinderen te lange in haar vuiligheid en drek laten leggen, want daardoor smert het lichaam, en de kinderen werden grinig, en behalve dat, werden de bepiste doeken koud aan het lichaam, welke koude schadelijk is. Men moet de kinderen ook zoo weinig laten huilen als het immers mogelyk is; want door het huilen konnen zy lichtelyk gescheurt raken, en dan is goede raad duur: alhoewel sommige van gevoelen zijn, dat de Kinderen matig mogen huilen; maar waar het eigentlyk toe dient, daar van kan ik geen gesonde reden uit hare schriften gewaar werden. Seggen helpt weinig, als er geen reden by is."

 Het boekje is antiquarisch (uitgave 1966) nog volop te krijgen, en kost meestal niet meer dan € 10.-